Het had gevroren die nacht, en om negen uur lag er nog rijp op het dak van de schuur. Ik zat met koffie en een notitieblok aan het raam van de achterkamer, en Bram had het eerste halfuur van zijn vrije zaterdag opgeofferd. Afgelopen weekend deden we voor het eerst mee aan de Nationale Tuinvogeltelling van de Vogelbescherming. Ik had op een merel gerekend en op ‘iets kleins’. Het werden zeven soorten.
Een plank aan de schutting
In december zag ik vanuit de keuken twee ochtenden achter elkaar een roodborst op de rand van een lege bloempot zitten. Toen wilde ik iets doen. In de schuur lag nog een plank van de vorige eigenaren. Bram zaagde er een stuk van een halve meter af, schroefde er een randje van een latje omheen zodat de zaden er niet af waaien, en zette hem op zo'n anderhalve meter hoogte tegen een paal van de schutting. Hoog genoeg voor de rode kater van een paar huizen verderop, hopen we, en vlak bij de klimop, waar de kleintjes in kunnen wegschieten.
Op de plank ligt een schaaltje zonnebloempitten, ernaast staat een schaaltje water dat ik op koude ochtenden ververs, en aan een haakje hangt een mezenbol. Die hing er eerst in zo'n groen netje. Sanne van de buren zag het over de schutting en zei voorzichtig dat vogels met hun pootjes in die netjes kunnen blijven haken. Daar had ik nooit bij stilgestaan. Het netje ging eraf, de bollen liggen nu in een draadkorfje. Alles bij elkaar hebben we er nog geen € 20 aan uitgegeven: pitten, een zak mezenbollen, het korfje en een schaaltje van de kringloop.
Wat we telden
De regels zijn simpel: een halfuur kijken, en per soort het hoogste aantal opschrijven dat je tegelijk ziet. Niet optellen, anders tel je dezelfde koolmees tien keer. Dit stond er op ons blaadje:
- huismus: 6, een groepje dat steeds tegelijk uit de klimop kwam en weer verdween
- koolmees: 2
- pimpelmees: 1
- merel: 2, een man en een vrouw, die vooral onder de plank pikten
- roodborst: 1, natuurlijk
- houtduif: 1, op het schuurdak, te zwaar voor de plank, en dat wist hij
- ekster: 1, heel even, op de schutting van Gerda
Ik had ook nog een vink genoteerd. Bij het nakijken met een vogelapp op mijn telefoon bleek het een vrouwtjesmus. Doorgestreept. Het doorgeven bij de Vogelbescherming duurde vijf minuten, het twijfelen over die vink ongeveer even lang.
Wat ik niet had verwacht
Hoe druk het is als je eenmaal kijkt. In Stadshagen hadden we een balkon op drie hoog en zagen we meeuwen en af en toe een kraai. Hier zit er bijna altijd iets op de plank, vooral rond negen uur ’s ochtends en tegen half vijf, vlak voor het donker. Op mijn thuiswerkdagen kijk ik ernaar tussen twee jaaropgaven door, en dat doet me meer goed dan mijn telefoon.
De mussen zijn de baas. Ze komen met zijn zessen, maken ruzie en zijn binnen een minuut weer weg. De roodborst wacht netjes tot ze vertrokken zijn. Noor van de buren staat ’s middags soms bij hun achterraam en roept ‘vogel’ tegen alles wat beweegt, ook tegen de ekster, en daar heeft ze gelijk in.
En Moos zat het hele halfuur op de vensterbank, met zijn staart heen en weer, en maakte dat rare klappergeluidje met zijn kaak dat katten maken als ze iets zien wat ze niet kunnen krijgen. Hij heeft niet meegeteld, maar volgens mij heeft hij de meeste vogels gezien.




