Donderdagavond om tien over acht kwam de hypotheekofferte binnen. Zevenendertig pagina's, waarvan ik er na de eerste keer lezen ongeveer vier begreep. Bram las de samenvatting op pagina twee, knikte en ging de afwas doen. Ik ging er met een markeerstift voor zitten.
Dit zijn de cijfers waar we de komende twintig jaar mee leven, dus ik zet ze hier op een rij, met de keuzes erachter. Niet als advies: wat voor ons klopt, hoeft voor een ander niet te kloppen, en dat soort dingen bespreek je met je eigen adviseur.
Wat er in de offerte staat
We lenen € 310.000 met Nationale Hypotheek Garantie, annuïtair, met een looptijd van dertig jaar. De rente staat twintig jaar vast op 3,79 %. De bruto maandlast is € 1.443. Netto komt de adviseur uit op ongeveer € 1.110, als we via de Belastingdienst een voorlopige aanslag aanvragen en de hypotheekrenteaftrek dus elke maand terugkrijgen. Dat is net iets meer dan we nu aan huur betalen, alleen staat er straks geen verhuurder meer tussen ons en een kapotte cv-ketel.
Bij een annuïteitenhypotheek betaal je in het begin vooral rente. Van die € 1.443 gaat de eerste maand ruim € 450 naar aflossing, de rest is rente. Elk jaar schuift dat een stukje op.
Tien, twintig of dertig jaar
De adviseur legde drie varianten naast elkaar, allemaal met NHG en voor hetzelfde bedrag:
- Tien jaar vast: 3,55 %, bruto € 1.401 per maand.
- Twintig jaar vast: 3,79 %, bruto € 1.443 per maand.
- Dertig jaar vast: 3,95 %, bruto € 1.471 per maand.
Mijn eerste reactie op dat overzicht was overigens paniek, want ik keek in de verkeerde kolom. De tarieven zonder NHG stonden ernaast, ik zat er een kolom naast en rekende tien minuten met een rente die helemaal niet voor ons gold. Bram wees met een natte theedoek het goede vakje aan.
Waarom niet tien jaar? Het scheelde € 42 per maand, ruim € 5.000 over tien jaar. Maar in 2035 zijn we veertig en eenenveertig. Misschien wil een van ons dan minder werken, misschien ziet ons leven er dan anders uit dan nu (dat laat ik even vaag). En de komende jaren gaat er ook nog geld naar verbouwen. Ik wil niet over tien jaar een nieuwe rente moeten slikken op een moment dat we daar slecht tegen kunnen. Rust kost ons € 42 per maand, en dat vind ik het waard.
Waarom niet dertig jaar? Dan ligt de rente vast tot de hypotheek helemaal is afgelost. Dat kost € 28 per maand extra, als verzekering voor de laatste tien jaar. Na twintig jaar staat er bij ons nog ongeveer € 144.000 open, minder dan de helft van nu. Als de rente dan hoog is, gaat het om een veel kleiner bedrag. Dat risico durven we wel aan.
Wat we bewust níét hebben gekozen
We hebben niet het maximum geleend. Bij ons eerste gesprek in december kwam de adviseur op ongeveer € 342.000 uit; we lenen er € 32.000 minder. We hebben geen aflossingsvrij deel. En we lenen niets extra voor de verbouwing. Wat we aan het huis gaan doen, betalen we van wat er na de aankoop op de spaarrekening overblijft en van wat we per maand opzij kunnen zetten.
Een lineaire hypotheek hebben we ook even bekeken. Dan los je elke maand hetzelfde bedrag af en daalt je maandlast over de jaren. Maar je begint hoog: bij ons ruim € 1.840 bruto in de eerste maand. Dat paste niet naast een huis dat we nog moeten opknappen.
Morgen laat de adviseur de verkopers weten dat het financieringsvoorbehoud eraf mag, twee dagen voor de deadline. Dan is de koop definitief. Bram had over die twintig jaar trouwens geen seconde getwijfeld. "Dan ben ik eenenvijftig," zei hij. "Prima."




