Inrichten

Kamerplanten in een woonkamer op het noorden: wat overleefde en wat niet

7 april 2026 · door Lieke Mulder
Kamerplanten in een woonkamer op het noorden: wat overleefde en wat niet

Gisteren, tweede paasdag, heb ik tussen het tuinwerk door de pot van de calathea boven de groenbak leeggeklopt. Er kwam een droog blok aarde uit met een paar bruine sprieten, en dat was het dan. De teller staat daarmee op vier. Van de elf planten die vorig jaar juni tussen de dozen in de verhuisbus stonden, leven er nog zeven.

Ik dacht eerlijk gezegd dat ik inmiddels wel een plantenmens was. In Stadshagen stonden ze op een rij voor het grote raam naar het balkon, op drie hoog met niks ervoor, en daar groeide alles. Dat lag minder aan mij dan ik dacht.

Een doorzonkamer met twee gezichten

Onze woonkamer loopt van voor naar achter door. De voorkant ligt op het noordoosten, aan de straat. De achterkant ligt op het zuidwesten, naar de tuin. Toen we de kamer inrichtten, zette ik bijna alle planten in de voorkamer, omdat de vensterbank daar breed is en je ze vanaf de bank ziet staan. Dat was mijn eerste vergissing.

In december heb ik uit nieuwsgierigheid een gratis lichtmeter-app op mijn telefoon gezet. Op een grijze middag kwam ik op de vensterbank aan de voorkant rond de 600 lux, twee meter de kamer in nog geen 100. Achterin, bij het raam aan de tuinkant, was het op hetzelfde moment drie keer zoveel. Een telefoon is geen meetinstrument, maar het verschil was groot genoeg om in januari alles om te gooien.

Wat het goed doet aan de donkere kant

Vijf planten staan nog steeds aan de voorkant, en die doen het daar prima. Deze zou ik zo weer kopen.

  • Zamioculcas. Krijgt eens in de drie weken water en heeft in maart drie nieuwe stelen gemaakt. Ik zie hem nooit iets doen en toch groeit hij.
  • Vrouwentong. De enige plant in huis die beter lijkt te worden van verwaarlozing.
  • Aspidistra. Ooit van mijn moeder gekregen, die er toen al bij zei dat je hem bijna niet dood krijgt. Klopt.
  • Scindapsus. Hangt van het dressoir af en heeft ranken van een meter. Hij groeit langzamer dan in Stadshagen, maar hij groeit.
  • Lepelplant. Laat zijn bladeren slap hangen als hij dorst heeft en staat een uur na het water geven weer rechtop. Ideaal voor iemand die het vergeet.

De monstera en de graslelie verhuisden in januari naar het raam aan de tuinkant. De monstera heeft sindsdien twee nieuwe bladeren gemaakt, allebei met gaten erin, wat hij in de voorkamer niet meer deed. Hij staat nu wel half achter de magnetron, want sinds de keuken eruit ligt koken we aan die kant van de kamer. Dat duurt nog een paar weken.

Wat ik niet meer koop

De vier die het niet haalden, hadden allemaal meer licht nodig dan we ze konden geven, of meer aandacht dan ik ze gaf.

De vioolbladplant liet na de verhuizing meteen zijn onderste bladeren vallen. Ik dacht dat hij een betere plek zocht en heb hem in drie maanden drie keer verplaatst. Achteraf het slechtste wat ik kon doen, want zo'n plant wil vooral met rust gelaten worden. In februari stond er een kale stok. De alocasia stond boven de radiator en droogde in de eerste vorstweek gewoon op. De calathea stond er een meter naast en deed er tot gisteren wat langer over.

En dan de schaal met drie cactussen, die in Stadshagen in de volle zon stonden. In de donkere voorkamer bleef ik ze elke zondag water geven, net als vroeger. In november waren ze van onderen zacht. Een cactus voor een raam op het noordoosten met een vast gietschema: dat was gewoon mijn fout.

Wat ik anders zou doen: na een verhuizing elke plant een maand op één plek laten staan, en de gieter pakken als de aarde droog is in plaats van als het zondag is. En planten kopen voor het raam dat je hebt, niet voor het raam dat je zou willen hebben.

Terwijl ik dit typ, ligt Moos op de vensterbank aan de tuinkant met zijn kop in de graslelie. Dat is de enige plant die hij niet met rust laat, en gelukkig kan hij er geen kwaad mee. Vanochtend had de graslelie nog veertien sprieten. Nu zijn het er elf.

Geplaatst in: Inrichten

Reacties zijn gesloten.

Lieke Mulder
Geschreven door Lieke

Lieke (31) woont sinds mei 2025 met Bram en kater Moos in een rijtjeshuis uit de jaren zestig in Zwolle. Ze werkt op een salarisadministratie, houdt alles bij in een spreadsheet en schrijft hier op wat een eerste huis echt kost: in geld, in tijd en in zaterdagen. Meer over mij

Gerelateerde berichten