Met mijn telefoonlampje scheen ik in een open kruipluik in Zwolle-Zuid, en mijn eigen hoofd keek terug. De kruipruimte stond vol water, zo'n tien centimeter, stil en zwart als een vijver. ‘Dat is grondwater,’ zei de makelaar achter me, ‘dat hebben meer huizen hier.’ Dat kan best. Maar het was 23 december, onze allereerste bezichtiging, en ik had geen idee of dit een detail was of een probleem van tienduizend euro.
Sindsdien hebben we er nog vier gezien: vijf huizen in drie weken. Van elke bezichtiging heb ik meteen na afloop, nog op de stoep, een notitie ingesproken, en nu ik ze teruglees, zie ik pas wat we leerden en waar we te laat op letten.
Vijf huizen in drie weken
Zwolle-Zuid, tussenwoning uit 1971. Prima indeling, een keuken die al eens vernieuwd was, en dus die kruipruimte. Na een avond lezen weet ik dat water onder de vloer soms onschuldig is en soms betekent dat de vloer vocht trekt. We hebben niet geboden. Dat lag niet alleen aan het water, maar het speelde wel mee.
Stadshagen, hoekwoning uit 1997. Op 2 januari, tien minuten fietsen van ons appartement. Er was niets mis mee, en dat was precies het probleem. Het voelde als ons huidige leven met een trap erin. De tuin lag op het noorden, en om twaalf uur 's middags lag er nog geen streepje zon op het terras.
Binnenstad, smal huis vlak bij de Thorbeckegracht. Zaterdag 4 januari. Prachtig: balken in het plafond, een raam met uitzicht op het water. Maar de trap was zo steil dat ik achteruit naar beneden ging, als op een ladder, de tuin was een binnenplaatsje van drie vierkante meter en er was geen plek voor twee fietsen. Goed om te weten dat je verliefd kunt worden op een huis waar je praktisch niet in kunt wonen.
Zwolle-Noord, tussenwoning uit de jaren vijftig. Woensdagavond 8 januari, een bezichtiging met de verkoper zelf. Boven op de overloop zat een luik in het plafond. ‘De zolder hoeft u niet te zien,’ zei hij, ‘daar is niets.’ Er was geen trap en geen haak, en wij knikten en liepen door.
Pas thuis bedacht ik dat ‘daar is niets’ ook kan betekenen: daar is iets wat ik u liever niet laat zien. Een lekkage, geen isolatie, wie weet. We zullen het nooit weten, want we hebben het niet gevraagd.
Assendorp, hoekhuis uit de jaren dertig. Zaterdag 11 januari. Glas-in-lood boven de voordeur, een trap die op de goede manier kraakt en een keuken waar 's ochtends de zon binnenkomt. Perfect is het niet: de kozijnen moeten nodig geschilderd en de badkamer is ouder dan wij. Maar het klopte.
Op de stoep zei Bram: ‘Hier zie ik ons wel.’ Dat zegt hij niet vaak. De vraagprijs is € 325.000, en de makelaar wil de biedingen uiterlijk maandag 20 januari binnen hebben.
Waar we nu wel op letten
Na vijf keer hebben we een vaste route, die op mijn telefoon staat:
- een echte zaklamp mee, en altijd vragen of het kruipluik open mag
- de meterkast fotograferen: hoeveel groepen, en zit er een aardlekschakelaar in
- het bouwjaar van de cv-ketel aflezen op het typeplaatje
- met een duim tegen de onderkant van houten kozijnen en deuren drukken, want zacht hout is slecht nieuws
- met het kompas op de telefoon kijken hoe de tuin ligt
- elke ruimte zien, ook de zolder en de schuur, en als dat niet kan, vragen waarom niet
- de straat nog een keer langsfietsen op een doordeweekse avond
Waar we te laat op letten
De meterkast en de cv-ketel hebben we pas bij huis vier serieus bekeken. Van de eerste drie weet ik eerlijk gezegd niet eens meer hoe oud de ketel was. Hetzelfde geldt voor de buurt: het huis in Stadshagen hebben we alleen overdag gezien, en het huis in Zuid alleen in het donker. En we hebben te vaak iets voor waar aangenomen omdat de makelaar of de verkoper het zo zeker zei. Niemand wordt boos als je vraagt of je ergens in mag kijken. Dat weet ik nu.
Kosten van vijf bezichtigingen: twee keer koffie onderweg en een zaklamp van € 4 bij de Action. Die zit inmiddels vast in mijn tas.




