Mijn eerste thuiswerkdag in dit huis, dinsdag 24 juni, deed ik aan de strijkplank. Hoogste stand, laptop erop, in de woonkamer tussen de verhuisdozen. Om half twaalf had ik rugpijn, en om twee uur vroeg een collega in een call of ik in een opslagloods zat. Dat was ook ongeveer zo.
Ik werk op dinsdag en donderdag thuis. De rest van de zomer werd dat het tafeltje uit Stadshagen, beneden in de woonkamer. Dat ging, maar je zit dan wel midden in het huis. Als Bram een vrije dag had, liep hij om mij heen op zijn tenen, en aan het eind van de maand, als de loonstroken de deur uit moeten, wil ik eigenlijk niemand om me heen. Boven stond intussen een kamertje vol met alles wat nog geen plek had.
Eerst de rommel eruit
Het kleine kamertje boven was tot oktober onze opslag. Negen verhuisdozen, het droogrek, Brams kampeerspullen, een rol behang die nergens meer voor nodig is en de strijkplank, zodra ik die niet meer als bureau gebruikte. Daar werken had ook weinig zin: tot het mesh-systeem van september was er boven nauwelijks wifi. Daarmee viel mijn laatste excuus weg.
Opruimen kostte twee zaterdagen. In de dozen zaten mijn diploma's, een fonduestel dat we nooit gebruiken en de kerstballen. De kampeerspullen gingen naar de schuur, het droogrek naar de badkamer, drie dozen met spullen die we in vier maanden niet hadden gemist naar de kringloop.
Wat er nu staat, en wat het kostte
- bureau van IKEA, wit, 120 centimeter breed: € 129
- bureaustoel via Marktplaats, opgehaald in Stadshagen: € 45
- bureaulamp: € 35
- opvouwbaar logeermatras: € 79
- stekkerdoos met schakelaar en een kabelgoot: € 22
- prikbord en twee opbergbakken: € 30
Samen € 340. Het tweede scherm is van mijn werk; dat mocht ik meenemen toen ik ernaar vroeg. Bram zette het bureau in een kwartier in elkaar en hield één schroef over. "Reserve," zei hij, en legde hem in een opbergbak.
Het bureau staat haaks op het raam, niet ervoor. Met het raam in mijn rug zag ik er in calls uit als een anonieme getuige in een misdaadprogramma, met het raam vóór me keek ik de hele dag tegen het licht in. Zo zijwaarts heb ik daglicht op mijn toetsenbord en een gezicht in beeld.
Wat ik anders zou doen: op een stoel gaan zitten voordat je hem koopt. Op de foto's zag ik niet dat de armleuningen hoger zijn dan het bureaublad, dus de stoel schoof er niet onder. De leuningen zitten er nu af. Hun schroeven liggen in het bakje, naast de reserveschroef.
En als er iemand blijft slapen
Het matras is de logeerkamer. Overdag ligt het opgevouwen onder het bureau en is het mijn voetenbankje. Als Jesse na een avond in de stad blijft slapen, of straks een van mijn neefjes, gaan de bureauspullen in de bakken, de stoel naar de overloop en ligt het matras uitgevouwen langs de muur. Er past precies één matras en één persoon die niet te veel beweegt.
Het kamertje ligt aan de voorkant, op het noordoosten. 's Ochtends heb ik er zon, 's middags wordt het snel grauw, en het is er nu fris: de radiator wordt maar lauw. Bram heeft beloofd daar zaterdag naar te kijken. Tot die tijd werk ik met een vest aan.
Eén ding had ik niet ingecalculeerd. Het bureau kwam in een platte doos van ruim een meter, en die staat nog op de overloop omdat hij niet in de papierbak past. Moos ligt er sinds de eerste dag op. Elke dinsdag en donderdag om negen uur komt hij binnen, kijkt even naar mijn toetsenbord en kiest dan toch weer de doos.




