De mail van de verhuurder kwam in april, en het belangrijkste stond in de tweede alinea: vanaf 1 juli zou onze huur € 1.095 per maand worden. Ik las hem staand in de fietsenkelder van ons appartement, met aan elke hand een tas boodschappen. Het was de vierde verhoging sinds we hier in september 2020 kwamen wonen. Nooit schokkend per keer, maar het patroon kon ik inmiddels wel uittekenen.
Ik ben Lieke, 29 jaar, salarisadministrateur bij een accountantskantoor in de Zwolse binnenstad. Bram is 31 en verpleegkundige in Isala, met diensten die de ene week om zeven uur 's ochtends beginnen en de week erna om elf uur 's avonds. Samen met Moos, een rood-witte kater met uitgesproken meningen, wonen we op de derde verdieping van een appartement van 62 m² in Stadshagen. Hier ga ik bijhouden hoe we van huurders kopers proberen te worden, met alle bedragen erbij. Toen ik zelf begon te lezen, miste ik precies dat: echte getallen van gewone mensen.
Vier jaar huur, en geen muur die van ons is
Laat ik eerlijk zijn: het appartement is prima. Er zit een lift in die het altijd doet en een balkon van twee bij vier meter met uitzicht over de daken. Maar toen ik deze zomer optelde wat we sinds 2020 aan huur hebben betaald, kwam ik op bijna € 50.000. Daar is niets van over, behalve vier jaar fijn wonen.
En in al die tijd mochten we geen muur verven, geen plank ophangen zonder het eerst te vragen en niets aan de keuken veranderen. We hebben ooit gevraagd of de slaapkamer een kleur mocht krijgen. Het antwoord was ‘liever niet’, en daarmee was het klaar.
Elk jaar in juli gaat de huur omhoog, en dat blijft zo. Een hypotheek met een vaste rente doet dat niet. Dat was eigenlijk het hele idee, al klonk het aan onze eettafel een stuk simpeler dan het is.
Een rekensom op de achterkant van een envelop
In september heb ik een eerste ruwe som gemaakt, letterlijk op de achterkant van een envelop van de Belastingdienst. Stel dat we een huis kopen van rond de € 300.000 en dat helemaal lenen tegen ongeveer 3,8 % rente, dertig jaar lang. Dan betaal je bruto zo'n € 1.400 per maand. Na de hypotheekrenteaftrek kom je netto ergens rond de € 1.100 uit. Ongeveer onze huur dus, alleen los je elke maand ook een stukje van je eigen huis af.
Natuurlijk klopt dat niet helemaal. Er komen gemeentelijke belastingen bij, een opstalverzekering, onderhoud, en een cv-ketel die op een dag kapotgaat en dan van jou is. Dat ga ik de komende weken allemaal uitzoeken, en ik schrijf het hier op. Maar de richting was duidelijk genoeg om er niet meer omheen te kunnen.
Waarom het toch spannend voelt
Iedereen om ons heen heeft een verhaal. Een collega die vijf keer werd overboden. Vrienden in Zwolle-Zuid die € 28.000 boven de vraagprijs betaalden en daar nog steeds een beetje van schrikken als ze erover praten. Ik ben iemand die het liefst alles van tevoren uitrekent, en een biedingenmarkt is daar het tegenovergestelde van: je weet pas achteraf wat het had moeten zijn. Daar lig ik nu al af en toe wakker van, en we hebben nog geen enkel huis bekeken.
En dan is er nog de verantwoordelijkheid. Als de kraan nu lekt, stuur ik een mail en staat er twee dagen later iemand voor de deur. Straks ben ik die iemand. Of eigenlijk Bram, want zijn vader was timmerman en dat heeft hij duidelijk meegekregen. Ik kan goed schilderen en goed bellen. Schuren vind ik vreselijk.
Het besluit, langs de Thorbeckegracht
Het echte besluit viel op een zondagmiddag half oktober, tijdens een wandeling door de binnenstad. Het was koud en helder, er dreven bladeren in de Thorbeckegracht en we hadden het al een kwartier over niets gehad. Bij een van de bruggen bleef Bram staan. ‘Als we het nu niet proberen, betalen we over vier jaar nog steeds huur.’ Meer zei hij niet, en meer was ook niet nodig.
Dus we gaan het proberen. Eerst uitzoeken hoeveel we kunnen lenen, dan een gesprek met een hypotheekadviseur, en ondertussen sparen en onze uitgaven op een rij zetten. Deze week zet ik drie online rekentools naast elkaar, met een kop thee en Moos op het toetsenbord.




